In gesprek met Giel Jonkman
Pal langs de A1 bij Holten, precies op de grens tussen Overijssel en Gelderland, ligt geiteninnovatiecentrum De Mekkerhof. Een lange oprijlaan leidt naar de in 2016 gebouwde melkgeitenstal met een prachtige klassieke kopgevel met ingebouwde melkstal en tanklokaal. Een mooi welkom bij ‘het eerste geiteninnovatiecentrum van Europa’, dat is ingericht op het ontvangen van veel bezoekers. Maar de Mekkerhof is in de eerste plaats gewoon een boerenbedrijf. En dat zeker niet zonder verdienste, want De Mekkerhof heeft inmiddels voor het vijfde jaar een productie van 100kg vet en eiwit per jaar behaald.
Een hele mooie prestatie voor De Mekkerhof, die inmiddels onder bedrijfsleider Giel Jonkman wordt voortgezet. Als zoon van een geitenboer uit Lettele groeide hij thuis op met geiten. Het bedrijf moest helaas verkocht worden toen Giel veertien was. Maar een aantal jaar later, bij de studie veehouderij, koos hij voor een stage bij de melkgeiten: ‘Dan kom je gewoon weer thuis’. De ambitie om verder te gaan in de melkgeitenhouderij bleef: in 2021 ging hij bij De Mekkerhof aan de slag. En dat beviel erg goed, want al snel kwam de vraag of hij voltijds bedrijfsleider wilde worden.
Aanpassingen in de bedrijfsvoering
‘Sindsdien is er hier veel veranderd in de bedrijfsvoering. Het werk in de stal is efficiënter geworden. We hebben nu een mengwagen en we zijn van twee keer daags naar één daags voeren gegaan. Dit brengt meer rust in de stal en je kan je personeel dan beter inzetten. Sinds 2022 voeren we met een individueel krachtvoersysteem. Dit komt de voeropname van de individuele geit ten goede. Er zit veel mooie techniek achter en het levert veel data. Het verstrekte voer wordt afgewogen en het niet gevreten voer wordt terug gewogen. Van elke geit weten we dus de werkelijke krachtvoeropname. Bij de start met het systeem hebben we wel even een dip gehad. Nu werkt het prachtig. Zeker met alle onderzoeken kan je gewoon goed blijven doorboeren. Continue verplaatsing had veel meer onrust gegeven. De gemiddelde leeftijd van de melkgevende geiten is 3 jaar en 7 maanden. Daar melken we goed van. Het individueel voeren draagt bij aan het behoud van de conditie.’
‘De Mekkerhof is meer gaan functioneren als complete boerderij. Toen ik hier kwam stond er een trekkertje van 45 pk, de grootste die hier nu staat is 180 pk. We hebben eigen mechanisatie aangekocht zodat we zelf kunnen maaien, schudden en harken. Daarbij zijn we verdubbeld in aantal hectares voor de ruwvoervoorziening.’
Het team en de data als basis van De Mekkerhof
Het unieke van De Mekkerhof is de mogelijkheid om samen met het team een grote hoeveelheid data te verzamelen en verwerken. ‘Je hebt simpelweg meer mensen die meer zien. Alle individuele dierdata wordt vastgelegd. Je hoeft daarom bij eventuele problemen niet te gaan gissen maar je kan het altijd herleiden. Alleen al de biestkaartjes zijn een schat aan informatie. Als team vormen we een goede aanvulling op elkaar. Linsey is als assistent bedrijfsleider mijn sterke rechterhand, ze is de brug tussen het bedrijf en onderzoek. Danouk is hier inmiddels ook al wat jaren, zij kan alles. En sinds een paar jaar versterkt Anouk het team en daar zijn we erg blij mee. Ook eigenaar Erik Reefhuis staat met regelmaat op zondagochtend in de melkstal. Zijn zoon Mees helpt vaak mee waar mogelijk. Als bedrijfsleider ben ik rustig maar gedreven, ik geef iedereen veel vrijheid en verantwoordelijkheid. Als je hier wil leren, kan je hier alles leren.’
Op een onderzoeksbedrijf moet je goed blijven overleggen en controleren: ‘Er heeft bijvoorbeeld wel eens per ongeluk een nulletje verkeerd gestaan en dat bleek later gevolgen te hebben gehad voor de krachtvoeropname. Maar sindsdien draaien we wekelijkse rapportages van de onderzoeksgroepen. Daar kan je eventuele afwijkingen er snel uit halen. Omdat je steeds beter overzicht hebt, levert dat ook veel op en houd je goed de controle. Daar draagt ons individuele voersysteem zeker aan bij. Data geeft rust en inzicht.’
Resultaat 100kg vet en eiwit
De gedrevenheid van Giel komt duidelijk terug in zijn kijk op ruwvoerwinning en het behalen van de 100kg+ vet en eiwit. ‘Het behalen van dit resultaat is natuurlijk een optelsom, het hele plaatje moet kloppen. Het scherp voeren is wel een mooie uitdaging. Ik maai vroeg en streef naar een 24uurs kuil met 40-50% droge stof. Liever vroeg dan te laat. Dan heb je misschien minder in de kuil maar dan is het wel altijd goed. We hebben daardoor veel 1000 VEM kuilen. En voor dit jaar de droogte echt begon, had ik al vier snedes binnen. Zorg dat je een volledige ruwvoervoorziening hebt. Ik heb er een hekel aan voer te moeten aankopen, het haalt onze standaard meestal niet. Het mooie is dat je juist in je ruwvoer zo goed kan sturen, als je maar weet wat je wilt.’
‘De adviseurs van GIJS zijn een hele mooie ondersteuning bij onze doelen. Mark, Pieterjan, Elwin en Thijs hebben hier allemaal hun eigen bijdrage aan geleverd. Als je scherp voert moet je ook scherp aansturen bij aanpassingen in het rantsoen. We hebben steeds gezocht naar de grenzen van verteerbaarheid en eiwit in het rantsoen. Bij mijn start als bedrijfsleider hebben we samen met het GIJS-team gestuurd op verjonging in de veestapel en kregen daarmee de productie op hoger niveau. Nu zetten we de puntjes op de i en stijgen we gestaag verder richting ons doel van 1500 kg meetmelk en 110kg vet en eiwit. En dat betaalt zich uit: waar we in 2021 nog 80 kg krachtvoer per 100 kg melk voerden, is dat nu teruggeschroefd naar 59,7kg in 2025. Het mooie aan GIJS is dat ze met de individuele boer meekijken. Niet één advies is leidend.’
‘Rust is hier op stal een belangrijke factor. We houden het jongvee apart en alle melkgeiten gaan bij de KI. We zijn daarnaast van drie naar twee lammerperiodes gegaan. Ik vind het belangrijk om dicht bij de natuur van de geit te blijven. En het geeft rust, zowel op de werkvloer als in de stal. Je melkt dan ook weer meer. Op een zondag heb je doorgaans ook de meeste voeropname. Met melken zijn we strak op regelmaat: half 6 in de ochtend en half 6 in de avond.’
Bij de drachtige KI-melkgeiten in de transitieperiode was er het afgelopen jaar geen uitval. ‘Selectie is daarbij essentieel. Je moet natuurlijk goed blijven kijken tijdens de melkbeurten. Direct ingrijpen bij afwijkingen. Staan ze vlot op? Hoe lopen ze? Maar we hechten ook veel waarde aan de stamboom. We bekijken alle nakomelingen van alle bokken. Zo bleek dat onze beste nakomelingen van een bok waren die op papier niet eens zo bijzonder was. Maar die wel goed bij ons bedrijf past. Ik denk dat KI mede hiervoor steeds interessanter wordt, je kan steeds verder terugkijken.’

Hitte als uitdaging voor de toekomst
‘De extremen in het weer van de afgelopen tijd vormen een uitdaging. Een paar keer 30 graden red je wel, maar de uitschieters naar 35 graden of meer doen wel wat in de potten. Wat betreft de melkproductie was oktober 2025 onze beste maand, dat is eigenlijk niet normaal. Dan loont het wel om te kijken naar je ventilatie, om in ieder geval de extremen meer buiten te houden. Na een hitteperiode moet je veilig voeren en niet te snel willen versnellen. Beter een veilige pens pH dan ze over de kop jagen.’
‘Verder zie ik vooral meer uitdaging de breedte in, bijvoorbeeld met mestverwerking. Ik ben niet de boer om 5000 geiten te melken of om daarvan multimanager te zijn. Het mooiste vind ik om het bedrijf in al z’n breedheid helemaal kloppend te maken. En dat hebben we voor een groot deel al neergezet. Daar ben ik trots op. We hebben samen een mooi team opgebouwd waarmee we een mooi resultaat hebben kunnen neerzetten. Ik heb veel vrijheid en ruimte gekregen en daar ben ik erg dankbaar voor.’
