Lammerenopfok, een vak apart als je het mij vraagt. Maar wél leuk en uitdagend dat veel voldoening kan geven. Het is ieder jaar weer topsport om jonge lammeren groot te brengen zodat je er uiteindelijk jarenlang plezier van hebt als melkgeit. Hoe dat je ze groot brengt, daarvoor is een legio aan mogelijkheden. Van melkpoeder tot pensontwikkeling tot spenen, we hebben allemaal onze methodes en trucs. Maar wat werkt nu echt? Hoe kan ik het beste krachtvoer aanbieden? Wat voor krachtvoer moet dat dan zijn? Welke ruwvoer is geschikt? En wat levert nu daadwerkelijk een beter en gezonder ontwikkeld lam op? Op de Mekkerhof hebben de afgelopen jaren aan onderzoek bij onze lammeren veel nieuwe, soms bevestigende maar ook verassende antwoorden opgeleverd.
Veel van deze onderzoeken zijn gefocust op het speenmoment en de aanloop ernaartoe. We weten allemaal dat het speenmoment bepalend is voor de verdere ontwikkeling van het lam. Maar hoe bepalend en waar de juiste knoppen zitten om aan te draaien, dat is niet altijd even duidelijk.
Op de Mekkerhof hebben we meerdere uitgebreide onderzoeken en studies hieraan gewijd. Dit heeft veel inzichten opgeleverd over wanneer welk vast voer aangeboden moet worden. Maar ook hoe dat de ontwikkeling van de pens beïnvloed en wat het effect van ruwvoer is rondom spenen.
Vroeg begonnen, veel gewonnen
Een lam dat vanaf 2 weken vast voer voorgeschoteld krijgt neemt in de totale melkperiode 82% meer voer op dan een lam dat vanaf 4 weken pas vast voer krijgt aangeboden. Een klein verschil van slechts 14 dagen, maar een groot verschil op voeropname. In het begin heb je vaak de indruk dat lammeren nauwelijks iets opnemen van het vaste voer dat je ze aanbiedt. Toch is het ‘kennismaken’ op jonge leeftijd van positieve invloed op de uiteindelijke voeropname rondom spenen. Ze hebben immers twee weken langer de tijd om zich aan vast voer aan te passen en de pens te ontwikkelen.


Bij 52 dieren zijn ook de pensen nader onderzocht. Omtrek van de pens (inclusief inhoud), gewicht van de pens (exclusief inhoud) en penspapillen zijn beoordeeld. De pensomtrek blijkt nagenoeg gelijk tussen de lammeren met startweek 2 en 4. Het pensgewicht daarentegen verschilde behoorlijk. Lammeren met startweek 2 hadden een pens die gemiddeld 30% zwaarder is dan op startweek 4. Dit komt voort uit een dikkere penswand en meer en grotere penspapillen. Lammeren die helemaal geen vast voer krijgen en alleen maar melkpoeder tot spenen zijn meegenomen in het onderzoek als negatieve controle. Deze groep realiseert een hoge groei/dag tot spenen, maar de ontwikkeling van de pens blijft ver achter met een 40% lager pensgewicht. Dit laat dus zien dat de hardste groeiers niet per definitie lammeren zijn die ook al goed vast voer opnemen.
Smakelijkheid boven alles
Wellicht een open deur, maar smakelijk krachtvoer geeft de hoogste opname. Uit onderzoek op de Mekkerhof is gebleken dat totale opname belangrijker is (ongeacht type krachtvoer) dan de opname van een specifiek type krachtvoer. Met een granenmix zien we dat een lam altijd wel iets te kiezen heeft dat ze lekker vindt, waardoor de eerste voeropname direct een feit is. De grote variatie in geplette, getoaste en gewalste grondstoffen maakt dat het zeer smakelijk is, maar toch rustig en veilig verteerbaar. In combinatie met het hogere aandeel zetmeel zorgt dit voor meer productie van vluchtige vetzuren welke de ontwikkeling van penspapillen stimuleren.
Ruwvoer
Een goede krachtvoeropname realiseren vóór spenen kan uitdagend zijn. Ruwvoer daarentegen blijkt vaak makkelijk de aandacht van de lammeren te trekken met als gevolg een prima opname. Maar hebben we beide voeders wel nodig tot spenen? En heeft het ene type voer invloed op de opname van de ander? Om ook hier een gedegen antwoord te krijgen is de proef op de som genomen. Lammeren werden ingedeeld in drie verschillende groepen. Iedere groep kreeg onbeperkt een mengsel aangeboden van krachtvoer met een variërend aandeel ruwvoer per groep van 2%, 6% en 10%.
Ondanks dat lammeren deze mengsels onbeperkt kregen aangeboden, is er een duidelijk verschil zichtbaar tussen de groepen. Des te hoger het aandeel ruwvoer, des te lager de krachtvoeropname tot spenen. De pensomtrek was tussen de groepen tot spenen nauwelijks verschillend. Na spenen zagen we duidelijk dat de groep met 2% ruwvoer de kleinste pensomtrek had, de groep met 6% ruwvoer juist de grootste omtrek, kort gevolgd door de groep met 10%. Pensgewicht was na spenen ook in het hoogste in de 6% groep en het laagst in de 2% groep.
Dit onderzoek laat twee dingen duidelijk zien.
- Beperken in ruwvoer is zinvol om de krachtvoeropname te stimuleren vóór spenen.
- Een optimaal aandeel ruwvoer blijft een belangrijke factor voor een goede .
In de praktijk vertaald zich dit naar het aanbieden van alleen krachtvoer de eerste 3-4 weken. Hierna is in beperkte mate aanbieden van ruwvoer positief voor de pensontwikkeling, maar te veel ruwvoer aanbieden heeft juist een negatief effect op de krachtvoeropname.
Kortom:
- Vroeg beginnen met aanbieden van vast voer loont.
- Krachtvoeropname = pensontwikkeling.
- Granenmixen hebben een hoge smakelijkheid en zorgen voor goede opname en pensontwikkeling.
- Ruwvoer is en blijft belangrijk, maar verstrek het met mate tot het speenmoment.
- Tip: “zonder water geen beschuit.” Schoon vers drinkwater is essentieel voor de opname van vast voer.
