Hoe bepaal je maaimomenten in 2022?

Hoe bepaal je maaimomenten om een zo hoog en constante kwaliteit ruwvoer te winnen waar goed rendement mee te halen is?
In de praktijk zien we verschillende maaistrategieën: kalender maaien en droge stof maaien.

Bij kalender maaien wordt er beperkt gekeken naar de droge stof opbrengst op het moment van maaien, maar is juist het tijdstip bepalend. Dit betekent in het algemeen ook een vroege start eind april, gevolgd door maai-intervallen van 4 á 5 weken. Voordeel van deze aanpak is een bladrijke, frisse snede met hoge voederwaardes per kg droge stof en snelle hergroei na de oogst. Nadeel is een lagere droge stof opbrengst per snede en een extra maaibeurt per jaar.

Bij sturen op droge stof opbrengst per snede bepaalt de massa in het veld het moment van maaien. Dit kan betekenen dat je pas half mei de 1e snede gaat maaien. Bij later maaien is de totale droge stof opbrengst iets hoger en je spaart een maaibeurt uit. Met een later maaimoment loop je wel het risico dat voederwaardes sterk verdunnen als door weersomstandigheden het ideale maaimoment uitgesteld moet worden. Kort voor het maaien kan er 100 kg droge stof per dag bij groeien.

In de grafiek hebben we een vergelijk tussen de beide maaistrategieën gemaakt. Bij vroeg maaien met korte intervallen oogst je per snede minder droge stof, maar in totaal haal je wel meer voederwaarde binnen. Dit moet natuurlijk wel opwegen tegen de kosten van een keer extra maaien.