‘Ik ben een echte kostprijsboer’

William en Aniek uit Zegveld op plek 2 beste GIJS Allrounders

‘Ik ben een echte kostprijsboer’

Een goede opfok bepaalt het succes van een geit, is de overtuiging van William en Aniek van der Burg uit Zegveld. Bij GIJS eindigden op de tweede plek van beste allrounders in 2019. Maar een goede allrounder heeft meer speerpunten dan alleen de opfok, vindt William.

De lammertijd is druk, maar ontzettend leuk werken. Nieuw leven, een geit zien groeien en in de weer zijn met vrolijke jonge geiten geeft William en Aniek veel voldoening. De lammertijd is op hun bedrijf twee keer per jaar en duurt maximaal vijf weken. En daar is bewust voor gekozen. ‘Vijf weken hard werken en lange dagen maken is prima te doen, maar daarna gaat de lol er wat af en ben je minder scherp. En dat is funest. We zorgen voor voldoende personeel zodat alles door kan gaan. Regelmaat en structuur blijven juist dan erg belangrijk’, verklaart William. Lammeren krijgen biest met de sonde zodat ze meer opnemen de eerste dag. ‘Als ze voldoende melk op hebben, loopt de vertering constant en hebben ze minder diarree. Ze houden zichzelf goed op temperatuur en worden minder snel ziek. We enten tegen para-tbc en tegen mycoplasma. Verder zijn we kritisch bij het gebruik van antibiotica. Het maakt meer kapot dan je lief is. Zo mengen we bij beginnende cryptosporidum actieve kool, fir, door de melkpoeder voor een goede darmgezondheid. Daar hebben we zeer goede ervaringen mee.’

De uitval op het bedrijf is laag. Bijna 92 procent van de geiten die geboren worden op het bedrijf lamt ook weer af op hun bedrijf. ‘We treden adequaat op en kijken goed naar de dieren. Ik zeg altijd: wanneer 1 lam dood gaat zijn er nog 10 die zich niet goed voelen.’

Goed en goedkoop
William noemt zichzelf een echte kostprijsboer. De rekenmachine pakt hij er regelmatig bij om kostprijs en kritieke opbrengstprijs in de peiling te houden. ‘Goed en goedkoop, dat is ons motto. We kopen niets waarvan we niet zeker weten of we het terugverdienen. Welzijn vinden we belangrijk, de geit staat voorop. Het loont direct als je goed je best doet. Iedere geit die melk blijft geven, is winst. Als het wat moeilijker gaat of iets tegenzit, haalt dat het beste in mij naar voren. Goed kan altijd beter. Dat houdt bij mij nooit op. Ik ben behoorlijk competitie-gedreven, soms té’, geeft hij aan. Aniek beaamt dat. ‘Maar’, zegt ze, ‘die gedrevenheid en passie maken het dat we bij GIJS op de juiste plek zitten. De enorme drive en het enthousiasme dat onze adviseur Jan van der Zee heeft, spreekt ons enorm aan. Ook hij is fanatiek en gaat voor het meest optimale. Dat past bij ons. Het is heel prettig samenwerken en sparren met hem.’


Duurmelken
In 2008 stapten William en zijn ouders over van melkkoeien naar geiten. Ze begonnen met 800 geiten en molken voor het eerst in 2009. In 2014 bouwden ze een nieuwe jongveestal. De Q-koorts trof ook hen in 2010. Naast een ruiming van 250 dieren, kregen ze te maken met een fokverbod op jongvee. ‘Het maakte de noodzaak om te gaan duurmelken hoog. We wilden met onze eigen opfok weer op kracht komen. Ook hebben we nog meer ingezet op goedkoop melken. Op dit moment lammert ongeveer 80 procent van onze geiten maar 1 keer af en wordt daarna duurgemolken.’

Rantsoen
Naast een sterke focus op de opfok is veel gras in het rantsoen ook een speerpunt op het Utrechtse bedrijf. William: Zelf hebben we zo’n 20 ha in eigendom en we gebruiken nog 12 ha van een buurman. Daarnaast kopen we regelmatig ronde balen gras bij uit de buurt. Het gras hier in de omgeving is aardig van kwaliteit. Het is de basis voor een gezonde pens. Lange tijd hebben we bierbostel bijgevoerd, maar de opname hiervan werd minder. Daar zijn we mee gestopt en sindsdien voeren we geen bijproducten meer.’ Acht keer per dag gaat de Feedcar van DeLaval een ronde langs het voerhek. Er zijn 4 krachtvoersoorten waarmee per groep een passend rantsoen gemaakt wordt. ‘Deze voerrobot brengt structuur aan in de stal. Deze investering heeft ons veel rendement opgeleverd. Een vast ritme en heel gericht kunnen voeren leveren veel voordelen op. De kunst is om de machine goed te benutten door de juiste geiten bij elkaar in de pot te doen, maar na al die jaren hebben we dat goed in de vingers. Als de machine storing heeft, moet ‘ie zo snel mogelijk weer draaien.’ Opvallend zijn de lage krachtvoerkosten op het bedrijf: deze zijn 15,65 euro per 100 kg meetmelk met 4,15% vet en 3,67% eiwit. De productie per geit is 1.277 kg meetmelk per jaar. De gemiddelde levensproductie van hun geiten ligt rond de 4.200 kg melk. William: ‘Ik ben scherp op krachtvoergift, we voeren aan de krappe kant zonder dat de geiten zakken in productie of vervetten. Het doel is gezonde lammeren en gezonde hoogproductieve geiten. Ook vind ik het belangrijk om zuinig om te gaan met onze planeet. Ook daarom streef ik naar zo min mogelijk krachtvoer per kg melk. En mede daardoor proberen we steeds meer dingen elektrisch te doen en dit zoveel mogelijk zelf op te wekken. Duurzaam werken dus.’

Het doel van William is om de levensproductie naar boven de 5.000 kg te tillen. ‘We doen er alles aan om de geiten aan de melk te houden. Het ontbreekt ze aan niets. Daar zijn we altijd heel scherp op. Overzicht houden is erg belangrijk. Ik houd de touwtjes goed in handen. We zijn een echt gezinsbedrijf, op mijn ouders en Aniek kan ik echt bouwen. Dat is de kracht van een goede allrounder.’

Geen grote groeisprongen
Met de omvang van 1.000 geiten zijn William en Aniek voorlopig dik tevreden. ‘Ik vind het mooi om alles ieder jaar net weer even beter te doen dan het jaar ervoor. En bovendien: grote groeisprongen zijn niet aan ons besteed. Misschien kopen we nog eens wat grond zodat we minder intensief worden, maar verder gaan we gewoon lekker door zoals we doen’, besluit hij.