Op weg naar het mooie Achterberg, een klein dorp aan de rand van de Veluwe, rijd ik het erf op van familie van Dijk. Ik word direct verwelkomd door drie vrolijke Berner sennenhonden, een passend begin van een bezoek aan een bedrijf waar gastvrijheid en passie samenkomen. Hier ga ik in gesprek met Roelof en zijn vrouw Henrika, die in de lammerperiode fanatiek bijspringt, en medewerker Jos van Gesink. Ook vader Barend is nog altijd graag in de melkstal te vinden. De reden van mijn bezoek is duidelijk: Dijkhoeve heeft binnen de GIJS-boeren de hoogste productie behaald. Tijd om het verhaal achter dit resultaat te ontdekken.
Sterke start bij de lammeren
Voordat we de stal ingaan, stappen we eerst in bedrijfskleding. Roelof neemt ons vol enthousiasme mee het bedrijf door. We starten bij de lammeren. De eerste ronde lammeren, zo’n 230 dieren, zijn in begin januari geboren. In april volgt een tweede lammerperiode. De lammeren zitten in ruime groepshokken en krijgen melk via de Urban Alma Pro L, waarbij elk lam individueel wordt gevoerd. “Het aanleren vraagt wat extra werk,” vertelt Roelof, “maar het spenen gaat juist veel beter.” De geleidelijke afbouw zorgt voor een goede voeropname. De lammeren zijn duidelijk fan van de GIJS Granen Pensstart. “De opname is gigantisch,” aldus Roelof. “Het is wat duurder, maar het helpt echt bij de pensontwikkeling en voorkomt een speendip.” Ook op gezondheidsgebied zien ze verschil. Jos vult aan: “Voorheen hadden we na het spenen meestal wat last van coccidiose, maar dat hebben we nu nog niet kunnen constateren. Dat blijven we wel goed monitoren.”
Melkproductie: het totaalplaatje moet kloppen
De vraag ligt voor de hand: hoe haal je zo’n hoge melkproductie? Volgens Roelof en Jos zit het antwoord in het totaalplaatje. “Alles moet kloppen: fokkerij, voeding, huisvesting en vooral oog voor de geit.” Op de Dijkhoeve werd in 2025 gemiddeld 1.142 geiten gehouden, met een gemiddelde jaarproductie van exact 1.500 kg melk per geit, bij gehalten van 4,17% vet en 3,54% eiwit. In kilo’s vet en eiwit is dit 115,7 kg/geit/jaar! Afgelopen winter hebben ze bijvoorbeeld geïnvesteerd in het stalklimaat. Door de nok deels af te sluiten bleef de temperatuur constanter, wat direct invloed heeft op de prestaties.
Gericht fokbeleid met data als basis
Op de Dijkhoeve speelt data een centrale rol. Van iedere geit is de afstamming bekend en wordt de productie dagelijks gemeten en gehalten vier keer per jaar gemonitord. Er wordt twee keer per dag gemolken in een 44-stands Boumatic melkstal door een vast team: Jos, Roelof en vader Barend. Dankzij individuele dierherkenning en melkmeting hebben ze continu inzicht in de prestaties. Sinds de overname van de geiten van de Janneke’s Hoeve in 2024 zijn ze zich meer gaan verdiepen in de Alpine geiten die toen zijn meegekomen. Deze dieren vallen op door hun goede gehaltes en kunnen qua grammen vet en eiwit prima meekomen met hun witte stalgenoten. Ook blijken de nakomelingen uit kruigingen tussen wit en Alpine bovengemiddeld te produceren.
De dekking gebeurt deels met eigen bokken en deels via KI. Dit alles met als doel een gesloten bedrijfsvoering en het behouden van de CEA- en CL-vrije status. Daarnaast wordt van elke geit de afstamming vastgelegd. “Zo kunnen we echt selecteren op kwaliteit van zowel de vader- als moederlijn.” Bokjes uit topdieren worden aangehouden voor de fokkerij of verkocht als dekbok voor andere bedrijven of KI.
Voeding: continu finetunen
Voeding is een belangrijke pijler onder de prestaties. Jos werkt hierin nauw samen met GIJS-stalnutritionist Pieterjan Bakker. De basis begint bij goed ruwvoer: jong gras, kort gemaaid, met streven naar een drogestofgehalte van 40%. De kuil wordt gehakseld op 11 mm en bemonsterd per partij. Met behulp van rantsoenchecks wordt het rantsoen continu bijgestuurd, met name op mineralen. “De fine-tuning blijft een uitdaging,” aldus Jos en Pieterjan. De geiten worden gevoerd met een automatisch voersysteem (Lely Vector), waarmee verschillende kuilpartijen en losse grondstoffen nauwkeurig worden gemengd. Daarnaast krijgen melkgeiten langer dan één jaar in lactatie twee keer per dag brok via een voerdoseerwagen.
Aparte voerstrategie voor jaarlingen loont
Voor de jaarlingen hanteren ze een andere aanpak. In de voergoot wordt het voer gescheiden aangeboden: links de brokken, rechts het TMR-rantsoen. Het resultaat is opvallend. “We zien flink meer melk per geit, met ook nog eens hogere vet- en eiwitpercentages.” De drogestofopname ligt rond de 3,5 kg per dier, een hoog niveau. Het TMR-rantsoen is relatief nat, waardoor selectie wordt voorkomen. De conditie van de dieren blijft goed en ook na 100 lactatiedagen blijft deze aanpak renderen. Er is geen sprake van vervetting of verschraling. De productie van jaarlingen ligt momenteel rond de 4,95 kg melk per dag. Daarbij maken ze duidelijke keuzes in selectie: welke dieren blijven en welke worden verkocht. “Het loont om jonge dieren te laten instromen en oudere dieren nog goed te vermarkten.”
Continu verbeteren en elkaar uitdagen
Vijf jaar geleden was Dijkhoeve nog een biologisch bedrijf. Onder leiding van Roelof is de stap gemaakt naar een gangbare geitenhouderij met een sterke focus op prestaties. “Goed is niet goed genoeg,” zeggen Roelof en Jos. “Optimalisatie is een continu proces.” Ze vullen elkaar goed aan en durven elkaar ook uit te dagen. Er is altijd ruimte voor verbetering.
Blik op de toekomst
Waar ligt de ambitie voor de komende jaren? De ambitie om de productie continu te blijven optimaliseren tegelijkertijd via genetica een bijdrage te kunnen leveren aan de melkgeitenhouderij. Terugkijkend op de Dijkhoeve wordt duidelijk waar het verschil wordt gemaakt. Niet alleen in cijfers, maar vooral in de manier van werken: kritisch, gedreven en altijd op zoek naar verbetering. Samen met hun twee dochters en zoon bouwen Roelof, Henrika en Jos elke dag verder aan de toekomst. Op de Dijkhoeve staat de ontwikkeling nooit stil, en dat maakt het verhaal achter deze prestaties minstens zo sterk als de cijfers zelf.