Wat kun je leren van bedrijven die meer dan 100 kg vet en eiwit produceren?

Stagiaire Ellen dook in de cijfers

Soms zeggen cijfers meer dan duizend woorden. Dat ontdekte ook Ellen Gaaikema, vierdejaarsstudent HBO Dier- en Veehouderij aan Aeres Hogeschool Dronten. Deze zomer werkte zij fanatiek aan haar afstudeeronderzoek bij GIJS. Met één duidelijke vraag als uitgangspunt: wat onderscheidt geitenbedrijven die meer dan 100 kg vet en eiwit per geit produceren van bedrijven die onder deze grens blijven?
Voor GIJS is die 100 kg vet en eiwit een belangrijke mijlpaal die laat zien dat veel onderdelen op een bedrijf goed op elkaar aansluiten. Voor haar onderzoek analyseerde Ellen de technische kengetallen van 37 geitenbedrijven, met bedrijfsgegevens uit 2024 en 2025. De bedrijven werden verdeeld in twee groepen: bedrijven die 100 kg + vet en eiwit per geit produceren en bedrijven die onder deze grens blijven.
Niet alleen melkproductie telt, maar ook fokkerij, gezondheid, voeding, bedrijfsvoering, kosten en uitval. Uiteindelijk gaat het om wat er onderaan de streep overblijft.

Van akkerbouw naar de geitensector
“Thuis help ik graag mee op ons akkerbouwbedrijf, maar mijn hart ligt echt in de melkveehouderij. Ik was nieuwsgierig naar de geitenhouderij en wilde deze graag beter leren kennen. Zo ben ik bij GIJS gekomen,” vertelt Ellen. Ze dook in de cijfers en ging samen met adviseurs op pad. Wat maakt dat het ene bedrijf structureel betere resultaten behaalt dan het andere?

De kracht zit in het totaalplaatje
Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven die de grens van 100 kg vet en eiwit halen, niet op één onderdeel uitblinken. Het verschil zit juist in de optelsom van diverse managementfactoren. Een hoge melkproductie gaat vaak samen met:

  • een goede gezondheidsstatus;
  • een efficiënte voerbenutting;
  • een doordacht fokbeleid;
  • aandacht voor jongvee en lammeren;
  • strak management.

Juist de combinatie telt.  Wanneer je de verschillende onderdelen van je bedrijfsvoering goed in de vingers hebt, versterken ze elkaar.

Longgezondheid verdient aandacht
Longgezondheid was één van de onderdelen die Ellen in haar onderzoek meenam. Een goede longgezondheid is een belangrijke basis voor gezonde, goed producerende geiten. Problemen met de longen kunnen invloed hebben op gezondheid, groei, voeropname en uiteindelijk ook op productie en levensduur.
In de vergelijking tussen de bedrijven werd gekeken hoe longgezondheid zich verhoudt tot de technische resultaten.Ook lammeruitval werd meegenomen. Minder uitval betekent niet alleen meer beschikbare dieren voor de toekomst, maar heeft ook direct invloed op het rendement van je bedrijf.

Cijfers zijn pas waardevol als je er iets mee doet
Ellen zag verschillen in hoe ondernemers met hun cijfers omgaan. Sommige geitenhouders kennen hun kengetallen tot achter de komma en sturen daar dagelijks op. Andere bedrijven registreren minder uitgebreid, waardoor het lastiger wordt om verbeterpunten te ontdekken.

Juist daar liggen kansen. Wanneer je je technische cijfers regelmatig naast elkaar legt, kun je eerder zien waar winst te behalen valt. Niet alleen in melkproductie, maar ook in voerbenutting, gezondheid, uitval en uiteindelijk het bedrijfsrendement. Meten is daarbij niet het doel. Het gaat erom dat je de cijfers gebruikt om betere keuzes te maken.

De magische grens van 100 kg
Binnen GIJS spreken we regelmatig over de 100 kg vet en eiwit als een magische grens. Niet omdat het doel op zichzelf is, maar omdat bedrijven die deze grens behalen vaak laten zien dat het management op meerdere fronten goed op orde is.
Die 100 kg bereik je niet met één aanpassing in het rantsoen of één goede genetische lijn. Het is het resultaat van sturen op verschillende onderdelen van je bedrijf.
De weg naar 100 kg: vijf factoren die het verschil maken

  • Voeding
  • Gezondheid
  • Fokkerij
  • Opfok en uitval
  • Management en cijfers

De kracht zit uiteindelijk in de combinatie. Geen van deze onderdelen staat op zichzelf. Juist wanneer je ze goed in de vingers hebt en op elkaar afstemt, ontstaat ruimte om zowel technisch als economisch beter te presteren.

Een leerzame stage
“Ik vond het mooi om samen met de adviseurs op bedrijven te komen en te zien hoe enthousiast geitenhouders zijn om te leren en te verbeteren. Je merkt dat iedereen uiteindelijk hetzelfde doel heeft: gezonde dieren en de beste technische en economische resultaten.” Ze heeft ervaren hoeveel factoren samenkomen op een geitenbedrijf en hoe belangrijk het is om niet naar één kengetal te kijken, maar naar het hele plaatje.
En juist dát is misschien wel de belangrijkste conclusie van haar onderzoek: de grootste winst zit niet in één los kengetal, maar in het totaalplaatje. Wie zijn cijfers kent, weet waar hij staat. En wie weet waar hij staat, ziet ook waar de volgende stap ligt.

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.