‘Wij zijn niet eens zo resultaatgericht’

Geitenhouder Jordy Schepers uit Laren beste allrounder 2019 bij GIJS

‘Wij zijn niet eens zo resultaatgericht’

Twaalf jaar geleden begon de familie Schepers met het melken van geiten. De overstap van 25 koeien op de grupstal naar 800 melkgeiten in een serrestal was groot, maar bleek een schot in de roos. De gedrevenheid van de 31-jarige Jordy Schepers heeft resultaat. Nu zijn bedrijf als beste allrounder van 2019 bij GIJS uit de bus komt, is hij maar wat trots. ‘Het is een mooie opsteker, maar eigenlijk zijn wij helemaal niet zo resultaat-gericht.’ Structuur, netjes werken en vooruit kijken en plannen: die ingrediënten zijn volgens Jordy Schepers onmisbaar bij het succesvol runnen van een melkgeitenbedrijf. Weinig uitbreidingsmogelijkheden en hoge investeringen die nodig waren om het bedrijf rendabel te houden waren de reden om in 2008 van melkkoeien over te stappen naar melkgeiten. Nadat de 800 melkgeiten in mei 2008 hun intrek namen in de nieuw gebouwde serrestal, steeg de melkproductie al vrij snel van 900 naar 1.150 liter. ‘Een geit is een natuurlijk dier, laat zich sterk beïnvloeden door weersinvloeden. In een serrestal, met veel licht en lucht voelt een geit zich met de natuur verbonden. Dat zagen wij direct terug in de productiecijfers’, licht de gedreven ondernemer de keuze voor de serrestal toe. 

Familiebedrijf blijven
Na 12 jaar melkt de familie Schepers 1.250 geiten. Jordy: ‘Deze omvang blijft zo. We willen een familiebedrijf blijven. Samen met mijn ouders Jan en Ali en Marjan, onze vaste melker in de ochtend, willen we op deze voet doorgaan.’ Melle en Vajèn, de twee kinderen van Jordy en zijn vrouw Saskia, zijn graag in de stal. Ze helpen mee waar kan en ontdekken soms al net iets eerder dan papa of opa als een geit gelammerd heeft. ‘De ene dag willen ze boer worden, de andere dag prins en prinses’, vertelt Jordy lachend. ‘Maar dat maakt allemaal niet uit. Het is voor nu al leuk dat ze er zo betrokken bij zijn.’

Eerste snede
Het rantsoen van de geiten bestaat voor het grote deel uit ruwvoer. ‘Dat doen we om de levensduur van de geit te verlengen. Het is veel meer werk, maar dit rantsoen is ook één van onze succesfactoren. Een geit geeft bij ons nu gemiddeld 6 jaar melk. Dat willen we omhoog brengen’, licht Jordy toe. Het bedrijf heeft zelf 25 ha grasland en koopt van andere bedrijven eerste snedes gras aan vanwege de hogere smakelijkheid en een betere voeropname. ‘De geit wordt minder snel dik en de gehaltes stijgen. Het eerste gras heeft een goede VEM en is suikerrijk. 60 procent van het rantsoen is eerste snede-gras. De rest zijn andere snedes en voor nu aangevuld met bierbostel. Ik kijk continu vooruit: wat voer ik volgende maand en wat over twee maanden? Zo proberen we zo weinig mogelijk te veranderen in het rantsoen.’ Sinds het voeren van het ruwvoerrantsoen daalde krachtvoergift per 100 kg melk van 80 naar 58 kg brok. De krachtvoerkosten van het bedrijf zijn zo’n 17 cent per liter. Driekwart van de geiten krijgt OG Parmant Elite Plus, een vetverhogende brok. ‘Het hogere vet- en eiwitgehalte die deze brok ons oplevert, tellen meer door dan de 2 cent meerkosten’, vindt Jordy.  

De melkproductie ligt op 1.400 liter meetmelk met 4,47% vet en 3,60% eiwit in 2019. Het bedrijf leverde 1,6 miljoen liter melk af aan CBM. ‘We zitten boven de 100 kg vet en eiwit. De insteek is de eerste snede er zo lang mogelijk in te houden. Elke twee maanden mengen we er een andere baal bij in, de basis blijft hetzelfde. Sinds 2018 zijn we het gras wat natter gaan kuilen. In plaats van 60 % ds kuilen we nu op 30-35% ds. Dit gras is nog smakelijker.’  Zijn adviseur bij GIJS, Jarno Thijs, geeft hem daarbij prima richtlijnen mee. ‘Het is prettig samenwerken met GIJS. Hoewel we natuurlijk zelf de lijn uitzetten op ons bedrijf, is het prettig om te kunnen overleggen met mensen met kennis van zaken. En daarvoor zijn we bij GIJS aan het goede adres.’

Structuur in de stal
De afgelopen periode werden ruim 800 lammeren geboren op het Larense bedrijf. De bokjes blijven 3 tot 4 weken op het bedrijf. Uitval was er nauwelijks. Jordy: ‘De lammerperiode is een stressmoment in de stal. Tijdens deze periode doen we verder niet veel in de stal. Dat geldt ook bij enten, bekappen of uitmesten. Zoveel mogelijk rust is belangrijk voor geiten. En structuur aanbrengen. Daar komt veel gevoel bij kijken. Dat is niet uit te leggen, maar na 12 jaar geiten houden weet je heel veel over het gedrag van geiten en hoe daar mee om te gaan.’ Iedere dag zoveel mogelijk hetzelfde doen is dus ook een belangrijke pijler op het bedrijf. De dag begint om 5.45 uur met alle voer wegvegen. Daarna krijgen de geiten het krachtvoer, variërend van 2 tot 2,3 kg. Na de brok worden de potten ingestrooid met tarwestro. Daarna wordt het ruwvoer gemengd en met de mengwagen gevoerd. Een uitkomst is volgens Jordy de Yuno voerschuif die acht keer per dag een ronde door de stal maakt om het voer aan te schuiven. ‘Dat weten de geiten precies. Ook deze robot brengt een stuk structuur op een dag.’


Genietmoment
De geitenhouder geniet als het eerste werk om 10.00 uur af is. Als de geiten zijn gemolken en rustig aan het voerhek staan. ‘Als het voer lekker ruikt, de stal lekker ruikt en alles zover klaar is. Dan geniet ik. Maar ik vind het ook mooi dat het werk eigenlijk nooit af is. Ik ben graag bezig. Het is prettig dat ik het niet alleen hoef te doen en mijn ouders ook helpen. Het werk moet gewoon af, dat is ons motto. We zitten niet bovenop de resultaten. Als we strenger zouden selecteren, zouden we nog veel meer liters kunnen melken. Een geit die wat kreupel is of een geit met een speen blijft echt nog wel lopen bij ons.’ De komende jaren wil Jordy aan de slag met huisvesting voor het jongvee. ‘We redden ons, maar een goede opfokstal staat wel op ons lijstje. Dat zou het werk wat makkelijker maken. En verder gaan we lekker zo door. Genieten van iedere dag geitenhouder zijn, mijn grootste hobby.’