Succesvol duurmelken!

‘‘Het liep niet lekker op ons geitenbedrijf. We waren ontevreden over de cijfers. We namen GIJS in de arm gooiden veel zaken om. Nu, 6 jaar later, zijn we meer dan tevreden. Het werkt weer makkelijk en prettig in de stal.’’

Aan het woord zijn geitenhouders Herman en Anita en hun zoon Rowen Pieper uit Eibergen. Het echtpaar Pieper heeft drie kinderen: Rowen (19), Jordi (18) en Bas (16). De oudste zoon zit sinds dit jaar bij in de maatschap. Het bedrijf melkt 850 geiten. Nu de laatste hand wordt gelegd aan een stuk nieuwbouw aan de geitenstal, is het straks mogelijk om 1.200 geiten te houden.

Kansen
Bedrijfsmatig blikken ze terug op bijzondere jaren. Eén van de grootste successen die ze behaalden, was een groei in meetmelk van 845g met 62 kg vet en eiwit in 2013 naar 1.230 kg  meetmelk met 93 kg vet en eiwit nu. Dat die groei mogelijk was, hadden ze niet durven dromen, maar dat er iets moest gebeuren, daarover waren ze het roerend over eens. Herman: ‘We zaten vast, de technische resultaten waren al een tijd niet naar wens en we slaagden er niet in het tij te keren. GIJS-adviseur Frank Veldkamp kwam hier op het bedrijf en hij zag kansen om de lijn weer omhoog te krijgen. Al vrij snel hebben we doelen opgesteld. Uitgangspunt was dat de melk goede gehaltes moest bevatten, ik houd niet van watermelk.’

Duurmelkers
‘De doelen moesten natuurlijk wel haalbaar en reëel zijn’, blikt Frank Veldkamp van GIJS terug. ‘Herman en Anita waren al aan het duurmelken, maar de geiten hielden het niet lang genoeg vol. De productie bleef niet op peil, waardoor er meer geiten bij de bok moesten. Ze konden de productie er niet onder houden. Nu houden de geiten het beter en langer vol doordat ze beter in productie zitten.’
Ook het inzetten van de Maxim-maatwerkbrok van GIJS heeft positief bijgedragen aan het beter kunnen duurmelken en de stijgende resultaten van het bedrijf, is zijn overtuiging. Frank: ‘Herman en Anita zijn gaan voeren met de GIJS Maxim-brok: de Maxim-Pieper. Deze brok kunnen we qua samenstelling zo veranderen, zodat ‘ie goed aansluit bij het ruwvoerrantsoen en de doelstellingen van het bedrijf. Dat is een groot voordeel van deze brok: het goed kunnen bijsturen en dus een stabiel totaalrantsoen kunnen blijven verstrekken. Met een standaardbrok kun je ook al heel ver komen, maar deze brok zet net de puntjes op de i. Alle ingrediënten die nodig zijn om een geit goed te laten produceren, worden dan aangetikt. Als je goed gevende duurmelkers hebt, dan heb je daar tenslotte minder vervanging voor nodig.’
De geitenhouders zijn sinds 2015 in de zomer twee keer per dag gaan voeren om zo veel mogelijk vers voer te verstrekken aan de geiten. Sinds 3 jaar zijn ze twee keer per dag vers gaan voeren in de zomer én in de winter. Herman: ‘Het is meer werk maar het heeft veel voordelen. De opname van het ruwvoer is beter en de melkproductie en gehaltes zijn gestegen. Vers voer is belangrijk om duurmelkers aan de gang te houden, ook in de winterdag.’
Om hittestress zoveel mogelijk tegen te gaan, oriënteert Herman zich op een vernevelingsinstallatie in de stal. ‘Ik mest de potten altijd al eerder uit voordat de temperatuur richting 30 graden gaat. We proberen de melkproductie van de nieuw-melkte en van de duurmelkers er zo goed mogelijk onder te houden. De warmte uit de geitenstal wil ik gebruiken om de opfokstal te verwarmen. Dit wil ik proberen met een slang die al in het beton gestort ligt onder de pot. Met de warmte die hier vrijkomt, wordt water verwarmd.’ Mais teelt Herman helemaal niet meer sinds 2017. ’Ik mis het totaal niet. Gras is veel stabieler, mais is als zetmeelbron nadelig voor duurmelkers. Ik vind dat de geiten er te snel door vervetten.’ ‘En een te vette geit zorgt goed voor zichzelf en zet het niet om in melk’, vult Frank aan.

Graslandbeheer
Een andere verandering die op het bedrijf is doorgevoerd, is het omgooien van het graslandbeheer. Frank: ‘Jong maaien en dat iedere 4 tot 5 weken aanhouden. De insteek is dat als je eenmaal in goed weer maait, je in goed weer blijft maaien. Bovendien: eerder maaien betekent meer VEM, RE (ruw eiwit) en suikers in het ruwvoer. Te laat maaien betekent te stengelig gras en teveel ruwe celstof. Dat heeft voor een grote ommekeer gezorgd.’
Herman en Anita kunnen nu smakelijk lachen om hun andere kijk op het maaibeleid. ‘Het op tijd maaien is nu een echte sport van me geworden. Jaren geleden had ik je voor gek verklaard als je me dit zou zeggen. Bijna alles wijkt voor het tijdig maaien. Maar door het advies van Frank en door me er meer in te verdiepen, ben ik er veel gedrevener in geworden. Ik ben er nu van overtuigd dat je met 180 suiker per kg ds prima geiten kunt melken zonder risico op dunne mest. Wij enten niet tegen clostridium en dat gaat tot nu toe erg goed’, licht hij toe. Herman streeft ernaar om in april de eerste snede te maaien en 6 keer per seizoen in te kuilen. Van de 26 ha eigen grasland was de voorraad de afgelopen jaren te krap en door de droogte was hij genoodzaakt gras op stam bij te kopen. Afgelopen jaar was dat ruim 15 ha. Het ruwvoerrantsoen stelt hij zelf samen uit de verschillende kuilen. ‘Deze afstemming komt heel nauw. Voorheen voerden we standaard één kuil. Nu bekijk ik telkens wat de juiste samenstelling is. Een pittige en minder pittige kuil bij elkaar bijvoorbeeld.’
Het bedrijf wil toe naar het minder droog van het gras. ‘Een ds-percentage van 70 hoeft niet meer. We gaan meer toe naar onder de 50 procent ds zodat het ruwvoer meer smaak heeft. De Maxim-maatwerkbrok van GIJS gebruiken we om het rantsoen te optimaliseren.’

Twee lammerperiodes
De gemiddelde levensduur op het Eibergse bedrijf ligt nu op 3,3 jaar. Dit komt ook omdat er extra wordt opgefokt voor de groei van het bedrijf. De uitval in de laatste lammerperiode lag op 3%. Ook de lammerperiodes zijn gewijzigd. ‘In het verleden waren we daar druk mee van januari tot mei. Dit jaar hebben we voor het eerst twee aflamperiode’s, waarin 150 geitlammeren worden geboren. We hebben voor deze twee aflamperiode’s gekozen om ook ruimte te hebben om zelf de bokjes te kunnen af te mesten. Ook geeft het veel minder ziektedruk. De opfokkosten en dierenartsen liggen laag. We kunnen veel gestructureerder en overzichtelijker werken.’ De tweede aflammerperiode is dit jaar voor het eerst in juni. De geitenhouders zijn benieuwd hoe dat verloopt in de warmere periode.

Bokjes
De bokjes worden 4 tot 5 weken aangehouden op het bedrijf. Herman: ‘We vinden dat geen probleem. Een goed afzetkanaal is belangrijk. De markt is nu moeizaam door corona. Maar als we van de afnemer horen dat we goede, mooi bevleesde bokken leveren, zijn wij ook tevreden en weten we dat een afnemer ze een volgende keer weer graag komt halen.’

Taart bij de koffie
Met de overstap naar GIJS is de familie dik tevreden. ‘We zijn geen nummer bij GIJS, maar hebben een naam. De focus op melkgeiten en lammerenopfok vind ik positief. Er is veel kennis aanwezig, bij GIJS denken ze met ons mee. Als ik met GIJS bel, weet degene die oppakt wie ik ben. Dat voelt goed en vertrouwd. En als we een bedrijfsmatig een doel bereikt hebben, gaat er nog wel eens een taart over en weer. Dat zegt wel iets over onze band.’
Voor Frank zijn het niet alleen de taarten bij de koffie waarom hij bij de familie Pieper komt. ‘Het is hun bedrijf, als ik door de stal loop, voel ik een enorme betrokkenheid. Ik ga niet op de stoel van de ondernemer zitten, maar ik loop naast hen mee. Hun gedrevenheid spreekt mij aan. Samen hun bedrijf door laten groeien en ontwikkelen: dat is waar ik van geniet.’