Goed maaibeleid zorgt voor wel18.000 euro meer melkgeld per jaar.

In de praktijk zien we mogelijkheden om de voederwaarde van gras te verhogen met daling van het krachtvoer verbruik als vervolg. Met name in het bepalen van het juiste maaimoment valt veel te winnen. De “vroege maaiers” lijken wel eens meer “geluk” te hebben in het seizoen. De winst van deze boeren zit erin dat ze iets meer speelruimte houden in het seizoen. Daarnaast kijken ze ook meer naar de kalender dan naar het gras. Die overtuiging is iets wat we graag met je willen delen.

Kalender maaien versus opbrengst maaien
Bij kalender maaien wordt er beperkt gekeken naar de droge stof opbrengst op het moment van maaien, maar is juist het tijdstip bepalend. Dit betekent in het algemeen ook een vroege start eind april, gevolgd door maai-intervallen van 4 á 5 weken. Voordeel van deze aanpak is een bladrijke, frisse snede met hoge voederwaardes per kg droge stof en snelle hergroei van de volgende snede. Nadeel is een lagere droge stof opbrengst per snede en een extra maaibeurt per jaar.
Bij kalender maaien wordt er een hogere voederwaarde gerealiseerd in het gras. Bij elke hap krijgt de geit met dit gras meer voederwaarde binnen. Omdat deze kuilen pittiger zijn vragen ze wel om een speciale aanpak. Met onze rantsoen aanpak kun je met deze uitdagende kuilen rekenen op gezonde geiten met een scherp krachtvoerverbruik.
De opbrengt van meer VEM met goed maai beleid  lijdt tot hogere melkproductie van zeker 25 liter per geit per jaar, heb jij een bedrijf met 1.000 melkgeiten dan levert je dit circa 18.000 euro meer melkgeld per jaar. Natuurlijk kun je ook overwegen om juist krachtvoer te besparen. Wij gaan graag samen met jouw om tafel om te berekenen bij jouw en je bedrijf het best past. 

✓ Kies je voor besparing dan stijgt je saldo 12.000 euro
    of 
✓ Kies je voor meer melkopbrengst dan stijgt je saldo 18.000 euro

In de grafiek lees je de vergelijking tussen kalender maaien en opbrengst maaien. Bij kalender maaien ligt de totale droge stof opbrengst iets lager, maar de totale voederwaarde hoger.

Hoe behoud je de voerderwaarde
Kwalitatief ruwvoer telen is een investering waarvan het resultaat niet direct zichtbaar is. Het rendement hiervan krijg je pas in beeld als je er van aan het voeren bent, toch is het de moeite waard om tijdig te investeren in goede ruwvoerwinning Een andere manier om voederwaarde veilig te stellen is het gebruik van toevoegmiddelen. In het in- en uitkuilproces gaan altijd voederwaarde en droge stof verloren door het conserveren. Bij een goed geslaagd proces spreekt men over 10%. Wanneer het proces matig verloopt kan het verlies oplopen tot 30% of meer. Belangrijke verlies posten zijn een te trage conservering na het inkuilen en broei bij het uitkuilen. Ze zorgen voor droge stof verlies maar ook voor voederwaarde verlies omdat suikers en zuren verloren gaan. Dit werkt nadelig op de smakelijkheid. Met het gebruik van de juiste toevoegmiddelen kan de het verlies beperkt worden en de smakelijkheid verhoogt. Meer smaak = meer opname = gezondere geiten. Een investering in inkuilmiddel kan snel uit. Bij 5% minder verlies is het rendement al snel richting €30,- per hectare. Omdat geen gras hetzelfde is zijn er verschillende middelen die toegepast kunnen worden. Gedurende de zomermaanden is er meer kans op verhouting van het gras. Dit vraagt om een ander middel dan in het voor- of najaar. Voor een effectieve werking van het inkuilmiddel moet de dosering kloppen, deze bepaal je op basis van de vers grasopbrengst. Wil je meer lezen over je juiste middelen, klik hier.