Droogstand

Om koeien krachtig aan de lactatie te laten starten is een goede droogstand cruciaal. Zowel stofwisseling van energie als van calcium zijn daarbij essentieel.

We weten vrij nauwkeurig wat de vereisten zijn om beide goed te laten verlopen:
een laag energieaanbod in de Far-Off-groep met voldoende eiwit. In de laatste 3 weken voor afkalven de energiedichtheid en eiwitniveau verhogen en tegelijkertijd de calcium-mobilisatie stimuleren.

Het liefst vangen we al deze zaken in harde getallen:

  • totale niveaus (b.v. 9000 VEM per dag voor de Far-Off)
  • per kg ds (14% RE per kg ds voor de Close-Up)
  • sturing op Ca-niveau of KAB voor afkalven.

Samen met de droge stof opname is het dan rekenkundig eenvoudig geregeld. De praktijk levert hierbij wel de nodige weerstand. Als we bijvoorbeeld uitgaan van een rantsoen van 825 VEM met een opname van 11 kg ds, maar ze vreten 13 kg ds, dan zitten we qua VEM veel te hoog (10.725 VEM). Gaan we het rantsoen terugbrengen naar 750 VEM, dan is de gewenste opname 12 kg ds. Wordt deze echter niet gehaald door overmatige toevoeging van bijvoorbeeld stro, dan bestaat het risico op ondervoeding en daardoor afbouw van lichaamsvet.

Aanpakken met GIJS
Bedrijfsspecifiek zal er een afweging gemaakt moeten worden qua acceptabel VEM-niveau, zodat de opname stabiel is. Daarmee kan dan met name de eiwitvoorziening verder geoptimaliseerd worden.
In de Close-Up is de situatie nog specifieker. Voeropname de laatste week voor kalven is zonder meer kritiek, terwijl de behoefte hoog is. Dit betekent dat de dichtheid van het rantsoen verhoogd moet worden.
Daarbij is juist in deze periode melkziekte preventie aan de orde. Sturing op Ca-niveau, met Calciumbinders of op KAB (Kation Anion Balans) kunnen alle drie positief werken. Voor succesvolle toepassing móet de voeropname in beeld zijn. Niet onbelangrijk, bij sturing op KAB moet de urine-pH gecontroleerd worden. (daling naar <6 pH).

Onze oplossingen
Succesvolle droogstand om maatwerk op bedrijfsniveau. Kwaliteit van ruwvoer heeft grote invloed op de rantsoensamenstelling en daarmee het uiteindelijke resultaat. Daarbij is de groep droge koeien de kleinste groep op het bedrijf. Individuele verschillen hebben veel invloed op het resultaat. Denk hierbij aan conditie, klauwgezondheid en leeftijd in relatie tot de voeropname. Nergens is monitoring en bijsturing zo belangrijk als voor de droge koeien!
Het beste droogstandsrantsoen bestaat alleen op bedrijfsniveau en zal afhankelijk van de samenstelling van de koppel gemonitord en bijgesteld moeten worden. Resultaten uit het verleden bieden zeker rond afkalven geen garantie voor de toekomst.