Het geheim van de kok

Jarno Thijs is stalnutritionist bij GIJS. In deze baan komen zijn twee passies, de liefde voor geiten en voor het agrarische bedrijfsleven, samen. “Ik vind het mooi om boeren vooruit te helpen met raad en daad.”

Mooi woord, stalnutritionist, maar wat doe jij zoal, Jarno?  “Als ik de boer op ga, geef ik adviezen over het aanpassen van rantsoenen, houd ik me bezig met bedrijfsbegeleiding en beantwoord hun vragen. Als nutritionist houd ik mij voornamelijk bezig met het up-to-date houden en aanpassen van voerrecepten. Ik bepaal de ingrediënten van het recept  en de fabriek produceert het voer.  ‘Het geheim van de kok’ kun je wel zeggen.  Een groot voordeel van de combi de boer op en nutritionist zijn is dat vragen vanuit de praktijk direct de vertaalslag kunnen maken naar voeders en productiemogelijkheden.”

Wat maakt het zo leuk om dit dagelijks te doen? “Persoonlijke drijfveren zijn het werken met dieren en het bezighouden met de beste voeding. In dit beroep kan ik mijn  twee passies, de liefde voor de geiten en het agrarische bedrijfsleven, combineren. Ik vind het mooi om boeren vooruit te helpen met raad en daad.

Hoe worden de behoeften van de boeren centraal gesteld? “De kracht van GIJS is de kleinschaligheid en het persoonlijke contact met de boer. Er heerst een “ons kent ons-cultuur”. Wij krijgen ruimte en tijd om voor iedere klant persoonlijk advies en rantsoenen op maat te maken.”  

Kun je ons vertellen hoe de weg van idee naar product eruit ziet?  “De meeste ideeën beginnen bij boeren, men loopt ergens tegen aan. Voor dit probleem worden verschillende oplossingsrichtingen bedacht. Om uit te vinden wat de beste oplossing is, wordt er praktijkonderzoek verricht, hiervoor hebben we bij GIJS Mekkerhof de gelegenheid, maar ook andere geitenhouderijen werken hier aan mee. Vervolgens wordt het voerconcept uitgewerkt tot het “praktijkrijp” is. Als de testresultaten naar wens zijn en de verpakking gerealiseerd is, kan het de boer op. Dit is in vogelvlucht beschreven, maar soms is het ook echt zo. Wij houden van snel en adequaat handelen.”

Gaat dit proces altijd probleemloos?  “Het gaat niet altijd voor de wind en vinden wij de oplossing ook niet altijd direct. Obstakels kom je zeker tegen, zoals grondstoffen die in theorie goed in het nieuwe product passen, maar in de praktijk niet goed functioneren of niet smakelijk genoeg gevonden worden. We streven naar het allerbeste, het totaalplaatje dat moet kloppen!”

Op welk zelfontwikkeld product ben jij het meest trots? “Daar hoef ik niet lang over te twijfelen, dat is mijn meest recente product de GIJS TransPROlik. Dit is een smakelijk, hoog energetisch, vloeibaar voedingssupplement voor het einde van de drachtperiode en rondom het aflammeren.”  

Ontwikkelen is kansen creëren en investeren, hoe blijf jij op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen? “Door informatie van toeleveranciers omtrent grondstoffen en additieven, maar ook door de boer op te gaan. Boeren weten veel nieuwtjes. Daarnaast wordt er intern veel besproken en is GIJS Mekkerhof een belangrijke schakel.”   

Wat was jouw grootste leermoment? “De eerste tijd bij GIJS volgde ik cursussen en ging ik met collega’s de boer op. Na een tijd  begon ik mij bezig te houden met nutritie en kreeg ik al snel meer verantwoordelijkheden waardoor ik veel geleerd heb. Zowel over voeding, als over technische productiemogelijkheden bij producenten. Leren is tijd investeren in voedingskennis.”  

Jarno, welke trends zie je nu en wat verwacht je nog? “Er wordt steeds meer met concepten gewerkt, daarbinnen worden verschillende producten en adviezen gepresenteerd. De afgelopen twee jaar zijn veel aankopen voor veehouders, waaronder voer, duurder geworden. Veehouders gaan meer op zoek naar andere voedingsbronnen om de kostprijs te beheren. Een goed bedrijfssaldo wordt steeds belangrijker. Melkprijzen stijgen niet altijd evenredig mee met de kosten, waardoor er strategieën zullen veranderen. Of bedrijven altijd groter worden, daarover  heb ik mijn twijfels. Ik denk dat men meer in verbreding en vernieuwing  gaat zoeken en dat ondernemers scherper worden op marges. Voor de geitensector hoop ik dat het programma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) wel een keer afgerond zal worden, zodat uitbreiding weer (beperkt) mogelijk zal worden. Er moet naar mijn mening toekomstperspectief zijn voor groei en ontwikkeling!”

Wat neem jij persoonlijk mee voor in de toekomst? “In de basis moeten een bedrijfsvoering en rantsoeninsteek altijd blijven kloppen. Je moet jezelf constant de vraag blijven stellen: op welke manier kan ik zo goed en efficiënt mogelijk blijven produceren?. Daarnaast blijf ik op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen, want stilstand is achteruitgang.”