Inkuilmiddelen

Als het weer mee zit zal binnenkort de eerste snede gemaaid kunnen gaan worden. Naast een hoge opbrengst streven we naar kwalitatief hoogwaardig ruwvoer om straks goed van te kunnen melken. Goed ruwvoer begint bij goed in- en uitkuil management. Naast voldoende gewicht op de kuil bij het aanrijden, gebruik van de juiste (onder) folies en netjes uitkuilen, bieden inkuilmiddelen uitkomst om de conservering te versnellen en broei te remmen.

Afhankelijk van de omstandigheden kun je kiezen uit middelen die alleen de conservering versnellen, broeiremmen of juist een combinatie van beide. Daarnaast zijn er verschillende inkuilmiddelen met enzymen op de markt. Deze enzymen maken de celwanden van het gras alvast weker zodat er meer droge stof op genomen kan worden door het vee.

Maar wanneer zet je welk soort middel in? In deze tabel vind je een overzicht van de gewenste werking van een inkuilmiddel in specifieke omstandigheden. Vraag je GIJS adviseur naar het passende middel voor jou situatie.

Omstandigheden per snede Voorkomen/aanpakken
1e snede    30-45% ds Broei + conservering
1e snede    >45-55% ds Broei
2e, 3e, 4e snede    30-45% ds Broei + conservering
2e, 3e, 4e snede    >30% + verhouting Broei + conservering + verteerbaarheid
(Najaars) Snedes    <30% ds Conservering

Andere omstandigheden waar je rekening mee moet houden:
✓ Bij een hoog RE verloopt de conservering trager > inzet conserverings middel
✓ Bij vroeg maaien/korte maai intervallen ontstaan hogere nitraatgehaltes waardoor conservering vertraagd > inzet conserverings middel
✓ Hoog aandeel ruwe celstof (doorschietend gras) > verteerbaarheid verbeteren m.b.v. enzymen
✓ Stress omstandigheden (bijvoorbeeld kou of droogte) tijdens de groei leidt tot meer schadelijke schimmels en gisten in het gewas > inzet conservering en broei remming

Wanneer niet?
Bij meer dan 50% droge stof in het product is er te weinig vocht om bacteriën hun werkt te laten doen